White Paper
  1. Hoog in het vaandel van Revalidata staan:
    A. Een goede triage
    i. Met snelle toegankelijkheid (wachtlijst korter dan 2 weken en in de eigen buurt van de patiënt, snelle doorverwijzing naar het meest geschikte behandeltraject)
    ii.Mogelijkheid tot gemeenschappelijk spreekuur ter versterking van het netwerk
    B. Kwalitatief goede behandeling (zeer ervaren medisch specialisten)
    C. Een veilige behandeling door deskundige behandelaars
    D. Scoren van klanttevredenheid
    E. Doelmatige zorg, dat wil zeggen alleen die zorg, die nodig is en maatschappelijk relevant
    F. Een transparant beleid in overeenstemming met de Governance code

  2. Revalidata wil zich onderscheiden door:
    A. Poliklinische revalidatiegeneeskundige zorg in de 1½ lijn in de buurt van de patiënt
    B. Een laagdrempelige en snelle triagefunctie voor de huisarts
    C. Voor veel diagnosen nazorg in de 1½ lijn in afstemming met de medisch specialisten in ziekenhuis en revalidatiecentrum
    D. Tevens tijdige signalering voor doorverwijzing naar ziekenhuis of revalidatiecentrum
    E. Vorming van een netwerk met in de respectievelijke diagnoses gespecialiseerde 1e lijns paramedici en psychologen

  3. In de ontwikkeling van de zorg is het huidige overheidsbeleid gericht op reductie van de omvang van ziekenhuizen met decentralisatie waar dat kan. Nagenoeg alle medische specialismen hebben inmiddels poliklinieken in de periferie. Maatschappelijke relevantie: kostenbesparend, zorg dicht bij de patiënt in de buurt, korte wachtlijsten, nauw contact met de huisartsen. De huidige revalidatiegeneeskundige zorg vindt gecentraliseerd plaats in ziekenhuizen en revalidatiecentra met een grote afstand tot de 1e lijn.

  4. In mijn artikel in het nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde van januari 2015 ter ere van het 60-jarig jubileum van de Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) schetste ik de gewenste nieuwe triagefunctie van de revalidatiearts in de 1e lijn. Inmiddels zijn er al diverse triagefuncties van andere specialismen, deels nog op basis van experimenten. In de revalidatiegeneeskunde is in januari 2021 samen met de verzekeraars een onderzoek gestart naar de multidisciplinaire eerste lijn revalidatiebehandeling (MER) onder leiding van de huisarts voor de niet te complexe patiënten met chronische pijn.  Voor de patiënten, die hiervoor te complex zijn is in de 1e lijn nu geen behandeling mogelijk. Tot heden worden zij doorverwezen naar de 2e en 3e lijn. Voor de echt zware patiënten is dit ook de beste oplossing. Er zijn echter veel patiënten, die zich qua zwaarte van de problematiek tussen de lichtere en zwaardere patiënten in bevinden, die onder leiding van de revalidatiearts samen met in de betreffende diagnose ervaren 1e lijn disciplines, zoals paramedici en psychologen een behandeling op maat kunnen krijgen, die aansluit bij hun behoefte. Dit is het terrein van Revalidata.

  5. Revalidata opereert als medisch specialistische polikliniek in de  lijn en heeft ervaring en netwerkcontacten in de hele zorgketen van 1e t/m 3e lijn. De medisch specialist heeft een consultfunctie in de eigen buurt van de patiënt, waarbij met name de triage van belang is. Vanuit de 1½ lijn wordt in samenspraak met de huisarts een advies gegeven voor vervolgbeleid.

  6. Revalidatiearts Ronald Meijer, die als solist werkt samen met zijn ervaren waarnemers heeft uitgebreide ervaring met de revalidatiegeneeskunde in perifere en academische ziekenhuizen en in revalidatiecentra en heeft kennis van alle relevante diagnosegroepen. Hij is op de hoogte van de specialisaties van zijn collega’s in de eigen regio en landelijk. Elke patiënt wordt doorverwezen naar de voor zijn medische toestand beste behandelplek. Hierdoor wordt tijdwinst geboekt en voor de patiënt een beter zorgpad gekozen.

  7. De revalidatiearts vervult een triagefunctie in de 1½ lijn zorg voor diverse diagnoses met (dreigende) chronische klachten van het houdings- en bewegingsapparaat en de aansturing ervan, inclusief de psychosociale problematiek, waarbij participatie in de samenleving voorop staat.

  8. Het resultaat van de triage kan inhouden:
    A. Terug verwijzing naar de huisarts met advies voor behandeling in de 1e lijn door de huisarts zelf, of aanvragen van nadere diagnostiek, waarbij zo nodig de revalidatiearts voor vervolgadvies beschikbaar blijft.
    B. Advies om eerst naar een ander medisch specialisme te verwijzen voor een specifieke vraag op ziekte en/of stoornis niveau, waarna afhankelijk van de uitkomst de patiënt opnieuw door de revalidatiearts gezien kan worden
    C. Monodisciplinaire behandeling door de revalidatiearts
    D. Multidisciplinaire behandeling in de 1½ lijn onder leiding van de revalidatiearts
    E. Verwijzing naar een algemeen of academisch ziekenhuis voor nadere gespecialiseerde revalidatiegeneeskundige diagnostiek en/of behandeling
    F. Verwijzing naar het revalidatiecentrum voor nadere gespecialiseerde diagnostiek en/of behandeling

  9. Bovenstaande betekent, dat de reguliere revalidatiegeneeskundige zorg waar mogelijk in patiënts eigen buurt kan plaatsvinden. Hierdoor wordt onnodig doorverwijzen naar het ziekenhuis of revalidatiecentrum voorkomen. Indien voor de behandeling specifieke kennis en specialisatie vereist is, zal de patiënt tijdig en gericht doorverwezen worden. In het regionale netwerk zal dit beleid afgestemd worden met de collega’s in de diverse instellingen.

  10. Voor veel diagnosen zal kosteneffectief in de 1½ lijn nazorg verleend kunnen worden in afstemming met de medisch specialisten in ziekenhuis en revalidatiecentrum. Tevens tijdige signalering voor doorverwijzing naar ziekenhuis of revalidatiecentrum.

Diagnoses:

Neurorevalidatie

  1. Milde hersenletsels acuut en subacuut
  2. Alle hersenletsels chronisch voor onderhoud en monitoring
  3. Neurodegeneratief, m.n. M. Parkinson en MS

Houdings-/bewegingsapparaat revalidatie

  1. Orthopedische aandoeningen en Reuma subacute en chronische fase
  2. Sport- en muziekletsels subacute en chronische fase 

Chronische pijn / Corona revalidatie

Arbeidsrevalidatie

11. De ernst en complexiteit van de aandoening bepalen de intensiteit van de behandeling en door wie en waar die het beste gegeven kan worden. De stelregel daarbij is: in de eigen woonomgeving van de patiënt als het kan, naar een gespecialiseerd centrum als het moet.

Herstel of behoud van participatie staat voorop als behandeldoel.

12. Voor manier van verwijzen en overleg: zie onder Aanmelden en onder Contact.

13. Mogelijkheid van gemeenschappelijk spreekuur: in overleg.